ROTTERDAM - Het gerechtshof Den Haag heeft vandaag in een cold casezaak een verdachte van destijds 18 jaar oud veroordeeld voor een in 2001 samen met anderen gepleegde verkrachting. Ook is de verdachte veroordeeld voor het bezit van heroïne. Het Haagse hof heeft hem een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden opgelegd, met aftrek van voorarrest.


De verdachte is eerst in 2021 in beeld gekomen, nadat verdachte voor een strafzaak in België zijn DNA heeft moeten afstaan en er een match bleek met een opgeslagen DNA-spoor in deze strafzaak. Daarnaast is bewezenverklaard dat de verdachte 74 gram heroïne in zijn bezit had, toen hij aangehouden werd voor deze zaak. Eerder was de verdachte door de rechtbank vrijgesproken van de verkrachting in vereniging en tot 10 weken gevangenisstraf veroordeeld wegens het bezit van heroïne.

Het hof acht bewezen dat de verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de verkrachting van een jonge vrouw die zij in de nacht van 31 maart op 1 april 2001 tegen kwamen op straat in het centrum van Rotterdam. De jonge vrouw wilde naar huis, maar had geen geld en telefoon bij zich. De jongens zeiden tegen haar dat zij een broer hadden die haar wel even thuis kon brengen en dat zij maar even met hen moest meelopen. In plaats van haar te helpen, hebben de verdachte en zijn mededaders ernstig misbruik gemaakt van haar situatie. De verdachte en zijn mededaders hebben haar – verlamd van angst – om beurten op mensonterende wijze oraal, anaal en vaginaal verkracht. Daarnaast had hij bij zijn aanhouding heroïne in bezit.

In 2001 is een van zijn mededaders, van destijds 15 jaar oud, veroordeeld tot 12 maanden jeugddetentie. De advocaat-generaal heeft in hoger beroep tegen deze verdachte een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van voorarrest geëist.

Het hof acht in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden passend en geboden, maar ziet – gelet op het tijdsverloop – aanleiding om de gevangenisstraf te matigen. Dit misdrijf voedt de angsten en gevoelens van onzekerheid en onveiligheid, met name van vrouwen die ‘s nachts alleen over straat gaan. Het slachtoffer heeft naar voren gebracht dat zij hoopt dat zij – door het vertellen van haar verhaal – ervoor kan zorgen dat meer vrouwen de angst en schaamte voor het doen van aangifte kunnen laten gaan. Verdachte moet aan het slachtoffer tevens een schadevergoeding betalen.